• 1
  • 2
  • 3
  • 4

Interview met Wibo Plijnaar


finn-bh-goed Je geeft al jaren les. Waarom ben je nu een tennisschool begonnen?
Ik ben voor mezelf begonnen omdat ik de afgelopen jaren heb gezien dat er een steeds grotere kloof is ontstaan tussen de leraar (of tennisschool) en de club. Daarnaast ben ik van mening dat de kwaliteit en het niveau van de lessen hoger zou kunnen en moeten zijn. Ik denk dat ik met mijn tennisschool hierin een verschil kan maken.

Laten we beginnen met de kloof, hoe wil je die dichten?
Door als tennisschool meer betrokken te zijn bij de club. Ik wil de club graag leren kennen. Ik wil weten wat er speelt op de vereniging; hoe de (bestuurs)zaken aangepakt worden; wat we samen kunnen doen om de club naar een hoger plan te tillen. Daarnaast wil ik er als tennisschool ook naast de baan bij betrokken worden. Zoals bij het meedenken en het maken van beleid; het aansturen van de organisatie van de trainingen; de indeling van de competitie(s) en het assisteren van de technische- en jeugdcommissie met de organisatie van activiteiten. Door deze betrokkenheid raak je als tennisschool veel meer verbonden met een club. Niet alleen wordt op deze manier de kloof gedicht, onze expertise wordt ook nog eens volledig benut.

Hoe krijg je de kwaliteit van de lessen omhoog?
Door ervaring is de kwaliteit van mijn lessen in de loop der jaren toegenomen. Ik probeer mijn leerlingen iedere keer iets bij te leren, maar ook ik leer steeds weer bij. Niemand is ooit uitgeleerd en daarom houd ik mij altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Op theoretisch gebied én in de praktijk. Nog steeds ben ik leergierig om manieren te vinden om iemand beter te leren tennissen. Deze kennis wil ik graag delen met andere leraren. En uiteraard zal ik op mijn beurt weer wat van anderen kunnen leren. Als iedereen voor elkaars ideeën open staat, creëer je de mogelijkheid om te groeien. Als mens en als trainer. Ook heb ik een technisch en tactisch handboek geschreven dat de leraren kan helpen meer inzichten te krijgen in de specifieke slagen van het tennis en om de leerlingen tactisch bewuster te maken.
Belangrijk om te benadrukken is dat het belangrijkste uitgangspunt op iedere tennisclub de sfeer en het spelplezier zou moeten zijn. Iets dat ik als een van de basistaken van een leraar bij een club beschouw omdat je dit ook in de tennislessen wil terugzien. Vanuit spelplezier ontstaat enthousiasme en dat leidt weer tot prestaties.

Het ledenaantal loopt landelijk terug, wat kan Tennisschool Plijnaar daar aan doen?
Eerst zal je per club de oorzaak moeten vinden en van daaruit verder moeten werken naar een oplossing. Het is een feit dat men het tegenwoordig veel drukker heeft dan vroeger. Veel kinderen beoefenen meerdere sporten en vaak valt dan een individuele sport als tennis als eerste af. Ik vind het onder andere een taak van de leraar om bij te dragen aan het werven of behouden van leden. Een leraar moet niet passief zijn en alleen de lessen geven die hij van de tennisschool of club krijgt; een tennisleraar moet juist enthousiasmeren, proactief zijn en meedenken hoe hij dit proces positief kan beïnvloeden. Om nieuwe leden aan te trekken zijn er talloze activiteiten die je samen met de club kan organiseren. Een open dag bijvoorbeeld. Tijdens zo’n dag kunnen er clinics aan kinderen en volwassenen worden geven, een toernooi worden georganiseerd, spelletjes voor de kinderen, maar ook een demonstratiewedstrijd werkt altijd zeer enthousiasmerend. In de wijk of in het dorp kan er straattennis georganiseerd worden, er zijn verschillende vormen van invitatietoernooien mogelijk en zo zijn er nog vele mogelijkheden te bedenken om mensen enthousiast te maken voor deze sport! Het is allemaal niet zo ingewikkeld, maar iemand moet het wel DOEN!

Wat vind jij dat men van een tennisleraar mag verwachten?
Naast de kennis van het tennisspel verwacht ik van een leraar een positieve houding. Een andere vereiste voor een leraar is een goede communicatie, aangezien je met mensen werkt en je jouw kennis en kunde moet overdragen. Dat zijn eigenlijk allemaal logische zaken. De meerwaarde die ik zoek in een leraar is iemand die geïnteresseerd is in de club, iemand die naast zijn of haar lessen ook eens komt kijken naar wedstrijden van de leerlingen. Kortom, die betrokkenheid waar ik het eerder over had. Als leraar moet je meedenken met de club; wat gaat er goed, wat gaat er minder goed en wat kunnen we daar samen aan doen? En dan in goed overleg tot een constructieve oplossing komen. Blijf daarnaast altijd open en eerlijk communiceren om misverstanden te voorkomen.

Heb je een motto dat je wilt uitdragen?
Niet kletsen maar doen!  En doen wat je belooft!